Sara Crewe wordt door haar vader naar een Engelse kostschool gebracht. Ze wordt daar, op zijn verzoek, behandeld als een prinses. Als een catastrofe haar raakt, blijkt haar koninklijke allure echter vooral aan de binnenkant te zitten.
Frances Burnett bedient zich van felle tegenstellingen als armoede/ rijkdom, vijandschap/ vriendschap, kou/ warmte en eenzaamheid/ gezelschap. Lezend dringt zich de vraag op: “hoe zou ík reageren in zulke tijden van ontbering? Op welk van de veelkleurige personages ga ík dan lijken en wil ik dat?”