Een poëziebundel voor kinderen met 23 gedichten over de seizoenen. Dankzij de kracht van verbeelding komt de natuur tot leven: hagel danst de flamenco, de pluisjes van de paardenbloem fluisteren in de wind, de duinen vormen het decor voor mooie herinneringen en de zon is de dirigent van het zonnebloemenkoor.
De bundel is opgebouwd uit vier delen: lente, zomer, herfst en winter. Elk seizoen start met een gedicht dat de kern lijkt van het specifieke seizoen; daar waar het seizoen het meest om bekend staat. Kijk alleen maar naar 'Waai' als eerste gedicht van de herfst.