Ally is goed in wiskunde en kan prachtig tekenen. Maar haar juf vindt haar dom, en ze wordt gepest door haar klasgenoten, die haar ook al raar vinden. Alles wordt anders als ze in de klas komt bij meester Daniël, die langzaam haar vertrouwen wint. Met hem deelt ze haar grootste geheim: ze kan niet lezen.
Meester Daniël laat Ally op een andere manier kijken naar haar dyslexie en daardoor naar zichzelf. Ze verandert met vallen en opstaan en sluit in de klas prachtige vriendschappen. Uiteindelijk heeft ze zoveel lef om zelf pestkoppen aan te pakken.