De ik-persoon in Wonder vindt het eigenlijk maar een beetje saai, zoals de Grote Kunstenaar de mens heeft bedacht. Hij denkt het beter te kunnen en gaat aan de slag.
De mensen worden steeds wonderlijker, kleurrijker, spannender… tot de kunstwerken het zelf overnemen en alles steeds bizarder wordt. De ik-persoon roept om hulp en de Grote Kunstenaar grijpt in. Zijn ontwerp is en blijft een meesterwerk.