David is een herder en geen soldaat. Maar Goliat als de reus zijn volk bedreigt, staat David voor een keuze: niks doen, zoals zijn broers en de andere soldaten of moed tonen en het opnemen tegen iemand die groter is dan hij. David aarzelt niet en gaat de strijd aan.
Goliat lacht hem spottend uit. Moet zo’n jochie het tegen hem opnemen? Maar dan kent hij David nog niet.