In 1843, zo’n honderd jaar voor de eerste elektronische computer, beschreef de Britse wiskundige Ada Lovelace al hoe je computers zou kunnen programmeren. Dan zouden ze niet alleen kunnen rekenen zoals een rekenmachine, maar nog veel meer.
Aan de wieg van deze ontwikkeling stonden de abacus, de pascaline van Blaise Pascal, en de talenten van Charles Babbage, zijn 'leerling' Ada Lovelace en Alan Turing droegen bij aan de computertaal.