Centraal staat een jongen die opgroeit op een onbewoond eiland en wordt opgevoed door een gazelle. Hij weet niet hoe hij daar terecht is gekomen en gaat in zijn eentje op ontdekkingstocht. Al filosoferend komt hij tot grote levensvragen.
Hij vraagt zich af: ‘Hoe is het eerste leven ontstaan?’; ‘Wat is het verschil tussen mensen en dieren?'; ‘Wat kun je leren van de natuur?’