Kleine en grote egel wandelen na een lange winterslaap samen door het bos, waar het voorjaarszonnetje alles opwarmt. Kleine egel is erg enthousiast en kan geen genoeg krijgen van de dingen die hij weer kan doen nu hij uit zijn winterslaap is ontwaakt.
Hij kan schommelen, van de heuvels afrollen, spelen met zijn vriendjes. Bij alles wat hij doet, roept hij: ‘Nog een keer! Nog een keer!’. Wordt hij dan echt nooit moe?