Mats en Kee met hun aapje Toets groeien, nadat hun ouders verongelukt zijn, op bij de nare baas Bonker en zijn zoon Puf die niet kan praten. Zij spelen hun poppenspel op de kermis in ruil voor onderdak.
Als er brand uitbreekt op de kermis, denkt Mats dat zij de schuld krijgt en besluit te vluchten met haar zusje. Puf wil ook mee, maar staat erop dat de koffer van Bonker, waar niemand aan mag komen, mee gaat. In de koffer zit het wassen hoofd van zijn moeder, maar ook het geld dat de ouders van de zusjes hadden gespaard om ooit naar Amerika te gaan. Nu willen zij daar ook naar toe. Het wordt een spannende, lange reis.