Tim is na de echtscheiding van zijn ouders in een inktzwarte toestand terechtgekomen. Zijn vriend Jurre wil hem helpen. Dat doet hij op een symbolische, magische manier: ze gaan zogenaamd een heks verslaan. Zal Tim herstellen?
De lezer wordt door de dagboekstukken van Tim ingeleid in zijn sombere toestand. Deze dagboekhoofdstukken worden echter afgewisseld met de queeste van Tim en Jurre om het duister te overwinnen. Door het gebruik van Jurriaanse (niet-bestaande) woorden, als ‘prummelen’, ‘zwuffe meur’ en ‘zwoffeloos’ krijgt dit ingrijpende verhaal ook lichtheid en humor.