Kemi wordt tegen zijn zin naar een zomervakantiekamp gestuurd. Daar houdt hij zich het liefst afzijdig van de groep. In gedachten geeft hij op geestige wijze commentaar op de restjes wc-papier, muggen, aangebrande aardappelen, zijn begeleiders en leeftijdsgenoten. Dan ontmoet hij Jörg, een jongen die opvalt door zijn anders-zijn.
Kemi is gefascineerd door Jörg en observeert nauwlettend hoe de anderen met de jongen omgaan. Maar hoelang kan Kemi passief blijven toekijken? In zijn dromen ontmoet hij een wolf, die hem leert moedig te zijn…